De weergoden zijn ons deze zondagmiddag niet gunstig gezind. Wederom bevinden we ons op één van de mooiste en meest indrukwekkende terrassen van Nederland, en opnieuw kan er niet buiten geluncht worden. Spijtig, want de omgeving rond Chateau Neercanne is een plaatje. Glooiende landerijen worden door een enkele landweg doorsneden, en reeds van ver doemt het indrukwekkende kasteel op. Zoals het Kruisherenhotel en Chateau St-Gerlach behoort Neercanne tot de groep van Camille Oostwegel, die met dergelijke statige panden een trots man moet zijn.
We genieten, nu het nog droog is, van het uitzicht en een glas Champagne van Mailly. Een relatief onbekend huis, maar met een bijzondere historie. Mailly werd opgericht in 1929 door drie wijnboeren, die onderdrukking van de grote wijnhuizen beu waren. Ze besloten tot een collectief, wat hen een boycot van de handel opleverde. Toch hielden ze vol, en startten met de verkoop aan particulieren. Met succes, want toen een liefhebber uit Bordeaux uiteindelijk de totale productie van 3 jaar opkocht was de toekomst van Mailly verzekerd.
Een kleine historische uiteenzetting die los staat van de culinaire ervaring van de middag, maar wie zou op deze locatie niet mijmeren over vervlogen tijden. In het restaurant, dat in alle opzichten traditie uitstraalt, wordt de amuse geserveerd: dungesneden coquille met passievrucht, basilicumzaad en gelei van grapefruit. Een bijzondere combinatie van zoet en bitter, maar te krachtig voor de Saint-Jacques.
Het voorgerecht is beduidend beter. Tonijn, romige kreeft, een crème van erwtjes met licht wasabi, zoetzure komkommer en een citroenvinaigrette. Een gerecht dat je eerder in Zeeland zou verwachten, maar ook in Zuid-Limburg misstaat deze lichte, frisse eerste gang allerminst. Daarna tarbot, met een subtiele mousseline van hoender en courgette, tuinboontjes, saus van bouillabaisse en schuim van knoflook. Sprekend van kleur, intens van smaak, perfect gegaard. De schaaldierensaus had overigens wel minder concentratie mogen hebben, met het oog op de onderlinge balans.
Op dat moment wordt de Rully van Pierre-Yves Colin ingewisseld voor Chateau Virelade, en vanaf die switch is de lunch bij Neercanne foutloos. Getrancheerde reerug met gnocchi, beukenzwam en chutney van abrikozen en gember is een prachtig gerecht, met zoete, zure en aardse tonen in volledige harmonie. En ook langzaam gestoofde kalfswang met (geweckte) Norciatruffel en spitskool, een combinatie die hier al jaren op de kaart te vinden is, blinkt uit. Rijk en ideaal van structuur, met een goed gekozen garnituur.
Tenslotte frambozen met een gelei van Hibiscus, vanilleroom en sorbet van vlierbloesem, en als friandise een taartje met witte chocolade, sinaasappel en lychee. Een uitstekend slot. De keuken van Chateau Neercanne zit sowieso prima in elkaar, hoog op smaak en met gevoel voor cuisson, maar het blijft lastig een eenduidige stijl te herkennen. Enerzijds licht en modern, anderzijds klassiek en rustiek. Gezien de ambiance en uitstraling van zowel pand als bedienend personeel past de traditionele insteek beter, maar belangrijker is dat men een eigen signatuur weet te presenteren, wat momenteel enigszins uitblijft.
De zwarte brigade opereert correct, is attent aanwezig en voelt de diverse tafels goed aan. Ook over de wijnkaart geen klagen, want hoewel gericht op Frankrijk is het prijsniveau gunstig en het aanbod breed. Al met al een prettig en smakelijk geheel in een wereld van grandeur. We zijn blij dat een dergelijke sfeer in Nederland nog bestaat. Het maakt Chateau Neercanne tot een unieke culinaire locatie, die we belonen met een 8,3.
Maurice van Bussel
5 t/m 11 maart
Restaurant Week | lees verder
Sinds 2001 recenseert Knoopjelos de Nederlandse restaurantwereld. Objectief, kritisch en genuanceerd, als bron van informatie voor consumenten en als klankbord voor restaurants.
|
“Ons recept is ‘het Proeven van Bekwaamheid’. Dat van Knoopjelos is ‘het bekwaam proeven’.” Margo Reuten & Petro Kools, Da Vinci |